Riet (58) en Peter (61) zijn al twaalf jaar gezinshuisouders. In die tijd hebben ze achttien kinderen begeleid. “We wisten niet wat we begonnen. Maar we zouden het morgen weer doen.”
Hoe het begon
Riet werkte als jeugdhulpverlener, Peter als pedagoog. Ze zagen hoe kinderen tussen instellingen werden geschoven, zonder een vaste plek. “Op een dag zeiden we tegen elkaar: stel dat wij dat bieden. Een echt thuis.” Anderhalf jaar later openden ze hun gezinshuis.
Wat ze leerden
“Het eerste jaar dachten we nog dat we de situatie konden ‘fixen’. Dat het kind zou genezen als we maar genoeg liefde gaven.” Peter lacht. “Dat is niet hoe het werkt. Je biedt stabiliteit, veiligheid en continuïteit. De rest moet het kind zelf doen – op zijn eigen tempo.”
Het zwaarste moment
Riet vertelt over een jongen die na drie jaar teruggeplaatst werd bij zijn moeder, tegen haar advies in. “Hij belde ons twee weken later vanuit een opvanghuis. Dat is het moeilijkste van dit werk: je kunt niet alles tegenhouden. Je kunt alleen maar proberen de basis te leggen.”
Waarom ze doorgaan
“Vorig jaar belde een jonge vrouw die tien jaar geleden bij ons woonde. Ze vertelde dat ze een baan had, een relatie, een huis. Ze zei: jullie hebben me geleerd dat ik het waard ben.” Peter kan het nog steeds niet droog houden als hij het vertelt. “Voor dat telefoontje doe je het.”
💬 Deel uw ervaring met Gezinshuis.info
Heeft u dit artikel waardevol gevonden? Steun ons dan met een kleine bijdrage.
Beoordeeel Gezinshuis.info
Klik op een ster om te beginnen