Als je in een gezinshuis woont, heb je rechten. Die gelden altijd – ook als het niet makkelijk is om ze op te eisen. Dit artikel legt ze uit in gewone taal.
Recht op veiligheid
Je hebt het recht om veilig te zijn. Fysiek – niemand mag jou pijn doen. En emotioneel – je mag niet worden uitgescholden, genegeerd of op een nare manier behandeld. Als je je niet veilig voelt, mag je dat zeggen. En als niemand luistert, mag je naar iemand anders gaan.
Recht om gehoord te worden
Bij beslissingen over jouw leven moet jij betrokken worden. Je hoeft het niet eens te zijn met de beslissing, maar je mening moet worden gevraagd en serieus genomen.
Recht op privacy
Je kamer is van jou. Je dagboek, je telefoon, je spullen mogen niet zomaar worden doorzocht of gelezen. Je hebt ook het recht dat informatie over jou niet zomaar wordt gedeeld met anderen.
Recht op contact met je ouders
Tenzij een rechter anders heeft beslist, heb je het recht om contact te houden met je ouders en andere belangrijke mensen in je leven.
Recht op onderwijs
Je hebt recht op onderwijs. De gezinshuisouders zijn verplicht ervoor te zorgen dat je naar school kunt gaan en daarbij ondersteund wordt.
Recht op een vertrouwenspersoon
Je hebt recht op een onafhankelijke vertrouwenspersoon via het AKJ – iemand die alleen voor jou werkt, die niets terugvertelt, en die je helpt als je ergens mee zit. Dit is gratis.
Recht om te klagen
Als je ergens niet tevreden over bent, heb je het recht om een klacht in te dienen. Elk gezinshuis moet een klachtenregeling hebben.
Bij wie kun je terecht?
- AKJ – Vertrouwenspersonen: akj.org – gratis en anoniem
- Jeugdlijn: 0800 8010 – bellen, chatten of appen
- Kinderombudsman: dekinderombudsman.nl